Landwirtschaft Hertenlaan

LANDWIRSTSCHAFT COMPLEX HERTENLAAN
 
Door Richard de Mos, 2026, met dank aan Theo van den Hoven en Wouter Boom.
Historisch fotomateriaal: T. van den Hoven. Foto's 2026: R. de Mos. Genietekeningen: Nationaal Archief Den Haag.

Naast het gebruik van Kamp van Zeist, had de Landwirtschaft ook een gebouwen complex bij de Hertenlaan te Den Dolder. Tussen de start- en rolbanen van de Fliegerhorst werd stukken grond in gebruik genomen voor agrarische doeleinden. Zo werden er aardappelen en rogge verbouwd. Het complex aan de Hertenlaan zal ter ondersteuning van de activiteiten op die velden geweest zijn.
Het werd gevestigd op het terrein waar voorheen in de 19e eeuw de Hoeve der Veeartsenijschool gevestigd was van de Utrechtse hoogleraar dierengeneeskunde Alexander Numan. Die hoeve werd daarvoor gebouwd in 1839.
Die hoeve en houten bijgebouwen, driestland en bouwland gingen in de loop van de 19e eeuw over naar verschillende eigenaren. In 1884 wordt de hoeve gesloopt en vervangen door nieuwe gebouwen. In 1897 werd er een nieuwe woning gebouwd door de toenmalige eigenaar Marinus van Marwijk Kooy, die er vervolgens de naam Boschwijk aan gaf. Het perceel bestond uit een boerderij met dennenbos, eikenwal, driestland, bouwland, weg en heide, met in 1916 ten westen daarvan een nieuwe houten schuur. In 1916 verkocht hij het perceel, met 'boswachterswoning en verder getimmerten' weer aan bouwmaatschappij Boschwijk, die aan de Hertenlaan Villapark Boschwijk ging ontwikkelen. In 1921 woonde er een jachtopziener. In de volksmond werd deze woning tot jaren na de oorlog nog 'het boswachtershuis' genoemd.  In de jaren 30 werd er in de directe omgeving het villapark Boschwijk gebouwd. Het perceel van de voormalige Hoeve met de woning uit 1897 werd Hertenlaan 23. Al vrij vroeg in de oorlog werd de Hertenlaan en directe omgeving, dat aan het vliegveld grensde, gevorderd door de Duitsers. En zo ook dit terrein van Hertenlaan 23.
 
Bij de lokale bevolking bestond het bekend als een 'Landwirtschaft'complex voor ossen. Er werden ossen gezien, die soms door een herder naar de omgeving van Kamp van Zeist werden gedreven en daarna weer terug.  De woeste heidegrond rond Soesterberg had flinke ontginning nodig en ossen zijn een bekend hulpmiddel hierin voor zwaar ploegwerk. En waren ossen een geliefd veesoort voor vleesproductie. Ook de zaken die na de bevrijding aangetroffen werden ondersteunen de verhalen over ossen.

Naast een aantal bestaande vooroorlogse gebouwen op het terrein bouwden de Duitsers er zelf ook één en ander. Tekeningen van de Nederlandse Genie van de jaren na de bevrijding geven hier inzicht in. De volgende door de Duitsers aangelegde structuren werden aangetroffen en vastgelegd.
- Een uit twee compartimenten bestaande schuur-stal gebouw
Een 'woon-schuilverblijf'
Een toren bestaande uit drie silo’s met overkapping van hout en riet.
- Drie betonnen grasputten

Uit ons nader onderzoek lijkt het complex voorts bestaan te hebben uit:
De vooroorlogse woning op het perceel (‘het boswachtershuis’)
Een vooroorlogse houten schuur/werkplaats
Een grote stal, door een bom verwoest in 1944
- Een houten keet/kippenhok
  
Op onderstaande luchtfoto uit April 1945 een overzicht van het complex.
 
  Legenda:

HL = Hertenlaan
W = Woning Hertenlaan 23
HW = Houten woning Hertenlaan 21
H = Houten vooroorlogse schuur
SS = Schuur-Stal gebouw
S = Silo-toren
GP = 3 Grasputten
L = Loods, op deze foto voor 75% vernietigd
WB = ‘Woon-schuilplaats’
HK = Houten keet / Kippenhok (?)
 
Een verdere uitgebreide beschrijving per gebouw volgt in het artikel.
 

Na de bevrijding is het terrein meerdere keren van eigenaar veranderd en heeft er enige tijd een kippenboer gezeten. Rond die tijd wordt het perceel ook gesplitst en wordt de woning uit 1897 Hertenlaan 23 en het deel met de Duitse bebouwing en de houten schuur Hertenlaan 23A. In 1964 schaft Stichting Het Anker het voormalige Duitse complex aan voor een Buitencentrum / kampeerterrein voor Amsterdamse jeugd. De gebouwen bevinden zich dan in een tamelijk vervallen staat en hebben ze aanzienlijke tijd nodig om de gebouwen uit te mesten en op te knappen. Vanaf circa 1975 wordt het particulier bewoond.

Schuur-stal gebouw.

Dit bakstenen-gebouw bestond uit twee compartimenten: een schuur van circa 20x10 meter en een stal van circa 23,5 bij 8,50 meter.

Aan de kopse voorkant van het gebouw zat een voordeur die leidde tot een halletje met aan weerszijde 2 kamers en een doorgang met een dubbele deur naar een grote kale schuur. Het geheel was gebouwd van witte kalkstenen. De vloer was betegeld met keramische gelige vloertegels, waarbij er een hele lichte afhelling was naar een rij donker roodbruine vloertegels als een soort ondiepe ‘grup’.

Aan de achterzijde van de schuur kon men via een doorgangsdeur in de stal komen. Deze had een middenpad met aan weerzijde troggen. Aan de binnenmuren zaten stalen ringen om het vee aan vast te binden.

Drie-dimensionale tekeningen van het gebouw door Wouter Boom aan de hand van de Genietekeningen uit de periode 1946-48.

 

Linksonder het gebouw in 1964 in originele staat gezien vanaf de kopse voorkant, met de dakkoekoek en stalen ringen aan de zijgevel te zien, Rechtsonder van de achterkant gezien met ook op het stalgedeelte een dakkoekoek.

  

Linksonder hetzelfde gebouw uit dezelfde hoek gefotografeerd na een renovatie in de jaren 60. De dakkoekoek is verdwenen en er is een dubbele deur in de zijgevel aangebracht. Rechts het gebouw anno 2026.

 

In 2026 nog stille getuigen van de oorlogse functie van het gebouw. Links; Originele vloer in het schuurgedeelte. Midden: Eén van de ringen nog aanwezig op de buitenzijgevel. Rechts: Eén van de ringen aan de binnenmuur van de stal.
 
  
 
Linksonder: Originele dakspanten in het schuur-stal gebouw in 1966. Rechtsonder: Nog altijd aanwezig in 2026, maar dan met steunpilaar in het midden toegevoegd tegen het doorzakken.
 
  
 
Linksonder: In 1970 kwam de oude stal-functie weer even tot leven vanwege een paardenkamp. Rechtsonder: Zuidzijde stal-gedeelte anno 2026; De grote klapdeuren aan de rechterkant is één van de na-oorlogse aanpassingen, maar de authentieke structuur van het gebouw is nog altijd goed te zien. 
 
 
 

‘Woonschuilplaats’:

Door de genie werd dit gebouw als woon-schuilplaats aangemerkt. Door de staf van 'Het Anker' werd het (woon)bunker genoemd. Een gebouw met meerdere vertrekken, waaronder verblijfsvertrekken. Opgetrokken uit 22 centimeter dikke bakstenen muren en met een plat betonnen dak. Met deze zeer beperkte dikte van muren en de hoeveelheid grote ramen en deuren kan je het niet echt een bunker noemen. Het heeft in concept meer weg op het Landwirtschaftsgebouw wat de Duitsers bouwden op Kamp van Zeist.

De ingang aan de voorgevel waren twee dubbele deuren die uitkwamen in een grote vierkante ruimte die 1/3 van het gebouw besloeg. Dit vertrek had een betonnen vloer. Daarachter meerdere vertrekken die van binnenuit, maar ook via zijdeuren te benaderen waren. Het middenstuk had een vloer van rode tegels. Het achterste gedeelte had een houten vloer en een schoorsteen die wijst op verwarming in dit achterste gedeelte. Het lijkt een combinatie van magazijn/stalling, werkplaats en verblijfsgebouw geweest te zijn, net als het gebouw op Kamp van Zeist.

Op het platte betonnen dak was nog een houten dak geplaatst. Deze was na de bevrijding verdwenen, zo meldden de Genietekeningen. Ook de houten vloer was uitgesloopt. In het tweede gedeelte van het gebouw was er een gat van 125x75 cm in het betonnen dak waar hoogstwaarschijnlijk een houten trap toegang gaf tot de zolderverdieping.

Impressie door Wouter Boom op basis van de Genie-tekeningen (met weglating van het betonnen plafond): 

Onderstaand foto's van het gebouw in 1964. Aan de hoge schoorsteen is te zien dat er oorspronkelijk een hoger puntdak op heeft gestaan. Al bij optekening in 1947 misten vrijwel alle ramen, kozijnen en deuren en ook de houten vloer en trap. Aan de haken aan de muur is ook te zien dat de ramen oorspronkelijk ook luiken hadden. Tot 1964 was er nauwelijks wat aan het gebouw gedaan. 

 

Tussen 1964 en 1966 renoveerden vrijwilligers van het Anker het gebouw, inclusief het plaatsen van dak en nieuwe schoorstenen. De dubbele voordeur werd vervangen voor een kleinere enkele deur en er werd een punt op de oorspronkelijke gevel bijgemetseld (foto rechtsonder). Binnen werd een grote keuken geplaatst. De 'bunker' kreeg dienst als dagverblijf. Er werden beerputten aangelegd (foto linksonder) en er werd een houten 'veldkeuken' achteraan geplaatst.

  

Linksonder: Het gebouw in 1966 na renovatie. Foto van de noordzijde genomen. De meest rechter schoorsteen is de originele bij het oorspronkelijke verblijfsgedeelte. 
Rechtsonder: Het gebouw (van de andere zijde genomen) in 2026. De zijaanbouw is na-oorlogs en er zijn wat aanpassingen aan de ramen gedaan. De stalen waterpomp staat nog op dezelfde plaats als op de bovenstaande foto uit 1964.

 

Silogebouw

In de zuidwest-hoek van het terrein werd een silo-gebouw geplaatst. Dit bestond uit 3 silo-torens opgebouwd uit bakstenen, voorzien met een houten bovenbouw met luiken en een rieten dak. Dit was naar een in de jaren 30 veel voorkomend Duits Zegelstein-silo model. Een identiek exemplaar werd ook bij het Landwirtschaft complex bij Kamp van Zeist gebouwd. Een andere variant stond ook bij Flugplatz Haamstede, waar ook ossen gehouden werden. Deze silo's werden gebruikt om in de zomer geoogst groenvoer op te slaan als wintervoer voor het vee. In de genietekeningen worden ze bestempeld als 'gras-silo's' en 'groen-silo'. Ook bij Fliegerhorst Schellingwoude werden '4 Stück Futtersilo' gebouwd in 1943.
Volgens een ooggetuige zou het een Flaktoren geweest zijn vermomd als silo, waarbij de luiken opengeklapt werden bij naderend luchtgevaar om de luchtdoelmitrailleurs eruit te steken. Gezien de functie van het complex zal dit niet het primaire doel van de silo geweest zijn. 

Genietekeningen van de oorspronkelijke silo. Op deze tekening zijn de houten luiken niet weergegeven. Op de tekening  van de silo bij Kamp van Zeist wel.
In de betonnen vloer die onder het maaiveld lag zat een rooster met afwateringsgat. Het gevaarte was een 8 meter breed en een 11-12 meter hoog.

  

Tussen 1947 en 1954 werd de silo gerenoveerd, waarbij er muren bij gemetseld werden tussen de torens en de houten opbouw vervangen worden door een nieuw simpelere rieten dak. Op de foto linksonder uit midden jaren 60 goed te zien. Op de foto rechtsonder de ligging goed te zien ten opzichte van het schuurstal-gebouw.

 

 

 

Een stukje achter de silo waren ook 3 zogenoemde grasputten aangelegd. Dit waren betonnen/cementen ringen verzonken in de grond met een doorsnee van 1.80 meter. Een put bestond uit drie van die elementen op elkaar van 105 centimer hoog elk, voorzien van enkele kleine gaten. Waarschijnlijk heeft hier nog een houten opbouw op gestaan. In de jaren 30 was dit een manier om graskuil op te slaan. Het gras bovenop drukte met het gewicht op het gras eronder wat daardoor zijn vocht verloor en daarmee geconserveerd werd voor wintervoer. Ook werden dit soort kuilen gebruikt om voederbieten en ander veevoer te conserveren.

Afbeelding links de genietekeningen van de grasputten. Foto onder een voorbeeld van het internet van grasput gebruik in de jaren 30. Foto daaronder de overblijfselen van uitgegraven grasputring zoals die anno 2026 nog op het terrein ligt.





De grote loods zoals te zien is op luchtfoto's werd blijkbaar voor tweederde vernield bij het bombardement van 3 September 1944. Ook bij het grote bombardement van 15 Augustus 1944 vielen er veel zware bommen in de directe omgeving van het complex, zonder directe treffers en schade op het terrein zelf. Op 3 September 1944 werd deze hoek van het vliegveld werderom zwaar getroffen met nu wel een aantal aanslagen op het terrein. Een zichtbare bominslag bij het loods gebouw. Vermoedelijk was dat een houten stalling met meerdere compartimenten, wat door de luchtdruk of brand flink beschadigd werd. Het is niet opgetekend door de Genie, waaruit af te leiden is dat het pand na de bevrijding volledig afgebroken was. Wat ook lijkt te duiden op een houten gebouw. Na de bevrijding werden veel Duitse gebouwen door buurtbewoners gestript van het hout wegens houttekort. Na de oorlog werden op de plek waar het gebouw heeft gestaan stenen fundamenten en betonnen poeren in de grond aangetroffen. Vooral die rij betonnen poeren duiden op een loods met meerdere compartimenten, waarschijnlijk een houten stalgebouw. Van andere plekken is bekend dat er vaak ossen én paarden gehouden werden op dit soort complexen.

Foto linksonder: Juli 1944 met in het rood de loods nog intact. In het groen de andere door de Duitsers geplaatste gebouwen van het Landwirtschaft complex. In het paars een ander logistiek complexje in het Numans-bos. Volgens de Genietekeningen een complex van garageboxen / auto-opstelplaatsen. In het oranje in aanleg zijnde vliegtuig opstelplaatsen, die nooit voltooid zijn. Rechtsboven de rand van het vliegveld met 1 van de drie grote vooroorlogse hangaars nog aanwezig.

Foto rechts uit December 1944 toont de loods voor tweederde vernield , met een diepe bomkrater net links van de L. Ook naast de 'woon-schuilplaats' (WS) een grote bomkrater. Mogelijk de reden dat het dak na de bevrijding niet meer aanwezig was. De vooroorlogse woning en schuur bij 1 onaangetast. Evenals het stal-schuur gebouw (SS), met bij de 4 een houten keet/kippenhok.

 

Op onderstaande foto's de vooroorlogse gebouwen.

Linksonder de woning Hertenlaan 23 uit 1897, verbouwd in 1936 en na de oorlog verder gerenoveerd. Ondanks de fraaie renovatie is de oude structuur en bouwwijze deels nog te zien. Op de luchtfoto uit 1954 (bron NIMH) is de woning te zien net linksachter het schuurstal-gebouw

 

Linksonder de vooroorlogse houten schuur in 1964, nabij de woning van Hertenlaan 23 gelegen. Op de achtergrond is de Duitse 'woonbunker' te zien. In de oorlog behoorde dit tot hetzelfde perceel. Na de oorlog werd het gescheiden en werd het perceel van dit houten gebouw en de Duitse gebouwen Hertenlaan 23A. Alleen de silo viel weer op een ander perceel, wat behoorde tot de Gemeente Zeist. In 1988 werd dit bebouwd met het Overtoom gebouw aan de Elandlaan.

Rechtsonder zien we de schuur van de voorkant met op de achtergrond het Duitse schuurstal gebouw. De woning Hertenlaan 23 ligt aan de linkerkant net buiten de foto.

 

  

Linksonder de door Het Anker gerenoveerde schuur in 1966. Links op de achtergrond het woon-schuilgebouw te zien. Rechtsonder het houten gebouw anno 2026. Aan de achterkant is er een nog aanbouw van na 1975. Bij de ingang twee van de betonpoeren te zien die op een rij in de grond zaten op de plek waar de grote loods stond. Op de achtergrond is wederom weer net zichtbaar de Duitse 'woonbunker'. 

  

De voorkant van de schuur anno 2026. En nogmaals de woning van Hertenlaan 23 waar de schuur oorspronkelijk bij hoorde. De schuur staat precies waar het straatje wat langs de voorkant van het huis loopt eindigt.

  

Onderstaande kist was in de jaren 90 nog in gebruik bij een inwoner van Soesterberg die de kist na de bevrijding mee had genomen uit de Landwirtschaft complex aan de Hertenlaan. Volgens de man was het een kist waar oorspronkelijk ossenvoer in werd opgeslagen.
Foto rechts een voorbeeld van de stoffen armband die burgers die voor de Landwirtschaft werkten droegen (Collectie SLS39-45).

  

Onder: Een tube Fussschweiss Salbe van de Duitse Wehrmacht die na de bevrijding is achtergebleven op het terrein, als stil bewijs dat het complex ook daadwerkelijk militair gebruikt is.